De consequentie van experimentele liespijn op de relatieve dikte van de buikspieren

 

Samenvatting

Achtergrond Er is aangetoond dat er een relatie is tussen liespijn en veranderde buikspieractiviteit. De vraag is of verminderde buikspieractiviteit oorzaak of gevolg van liespijn is.

Hypothese De hypothese is dat (anticiperen op) experimentele liespijn een verandering in het aanspannen van de buikspieren tot gevolg heeft.

Methode Veertien gezonde, sportende proefpersonen in de leeftijdscategorie van 19-26 jaar deden mee aan dit onderzoek. De activiteit van de m. Transversus abdominus, m. Obliquus internus en m. Obliquus externus werd gemeten met behulp van echografie. Er werden achtereenvolgens echografieopnamen gemaakt tijdens de condities ‘geen pijn’, ‘anticiperen op pijn’ en ‘pijn’ bij het uitvoeren van een ‘Active Straight Leg Raise’ en maximale isometrische heup adductie.

Resultaten Er is een significante vermindering in aanspannen van de m. Transversus abdominus en m. Obliquus internus gevonden, bij het uitvoeren van een ‘Active Straight Leg Raise’ en maximale isometrische heup adductie (P<0.04) tijdens ‘anticiperen op pijn’ in vergelijking met ‘geen pijn’ en ‘pijn’. De m. Obliquus externus vertoont significant (P<0.004) meer activiteit bij de ‘Active Straight Leg Raise’ tijdens ‘pijn’ ten opzichte van ‘geen pijn’ en ‘anticiperen op pijn’. Voor het aanspannen van de m. Obliquus externus tijdens het uitvoeren van een maximale isometrische heup adductie onder de verschillende condities zijn geen significante verschillen gevonden.

Conclusie Anticiperen op experimentele liespijn resulteert in een significant verminderde relatieve dikte van de m. Transversus abdominus en m. Obliquus internus tijdens het uitvoeren van een ‘Active Straight Leg Raise’ en een maximale isometrische heup adductie. Dit suggereert een aanpassing van de bewegingsstrategie op anticiperen op experimentele liespijn.

Trefwoorden liespijn, buikspieren, echografie, experimentele pijn.

© B. Poot, 2008