Spiervezeltypen

Type-I en type-II spiervezels

Type-I

Type-I spiervezels (ook wel slow-twitch genoemd, de ‘langzame spiervezels’) hebben, wanneer ze een prikkel krijgen, ongeveer 110 milliseconde nodig om een piekspanning te bereiken. De overdracht van calcium naar de spiercel verloopt wat trager, doordat de spiervezels een kleiner sarcoplasmatisch reticulum hebben. Het sarcoplasmatisch reticulum is verantwoordelijk voor het transport binnen de spiercel.

Dit type spiervezel heeft een goed aeroob uithoudingsvermogen. Dat betekent dat de vezels ATP (de energiedrager) kunnen vrijmaken door het verbranden van zuurstof, onder meer door de hoge concentratie mitochondriën in type-I vezels. Ook bevatten ze veel myoglobine, een eiwit dat rijk is aan ijzer. IJzer bevordert de hechting van zuurstof aan hemoglobine. Type-I vezels hebben daarnaast ook een uitgebreider capillair netwerk dan type-II vezels.

Dit alles betekent dat type-I vezels van groot belang zijn voor bijvoorbeeld langeafstandslopers. In vergelijking met type-II spiervezels leveren ze niet veel kracht, maar hebben ze als voordeel dat ze voor langere tijd arbeid leveren. Dit is met name handig voor iemand die bijvoorbeeld een marathon loopt.

Type-II

Type-II spiervezels (fast-twitch oftewel ‘snelle spiervezels’) hebben na een prikkel maar ongeveer 50 milliseconde nodig om een piekspanning te bereiken. Dit is dus twee keer zo snel als een type-I  spiervezel. Door het uitgebreidere sarcoplasmatisch reticulum wordt calcium sneller naar de spiercel getransporteerd en volgt er dus ook sneller contractie.

Type-II vezels kunnen nog worden onderverdeeld in type-IIa en IIx. Er is vastgesteld dat type-IIa de meest gebruikte type-II spiervezel bij de mens is. Bekend is dat type-IIx een zeer snelle vorm van contractie heeft.

Type-II vezels kunnen veel beter anaeroob (dus verbranding zonder zuurstof) presteren. Zij hebben dan ook minder mitochondriën in de cellen. Doordat ze ATP moeten vormen zonder zuurstof is het uithoudingsvermogen slechter, maar ze kunnen wel meer kracht leveren dan type-I vezels. Waar de marathonloper baat heeft bij het ‘volhoudende’ type-1, is type-2 dus erg effectief voor sprinters en anderen die een korte en krachtige inspanning leveren.

 

Verschil tussen type-I en type-II

Type-I spiervezel

Type-II spiervezel

Kleinere vezels

Grotere vezels

Kleiner sarcoplasmatisch reticulum

Uitgebreid sarcoplasmatisch reticulum

Uitgebreid capillair netwerk

Klein capillair netwerk

Veel mitochondriën

Weinig mitochondriën

Groter aantal myoglobine

Minder aantal myoglobine

 

Bronnen

-       Hall, J.E., Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology, Saunders Elsevier, 2011

-       Wilmore, J.H., Costill, D.L., Kenney, W.L., Inspannings-en sportfysiologie, Elsevier gezondheidszorg, Maarsen 2006, 2009

-       Jones, D., Round, J., Haan, A. de, (2004) Skeletal Muscle from Molecules to Movement. A textbook of muscle physiology for sport, exercise, physiotherapy and medicine. Churchill Livingstone, Edinburgh.

 

© F.W. van Hees, L.C.A. van Gaalen & B. Poot, 2012