Artrose

Epidemiologie

Artrose is één van de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Op één januari 2007 waren volgens het RIVM 650.000 mensen met artrose gediagnosticeerd. In datzelfde jaar kwamen er ongeveer 105.000 nieuwe gevallen bij. Aangezien dit de getallen zijn van huisartsregistraties, ligt het werkelijke aantal veel hoger (5).

 

Artrose

Artrose is een degeneratieve aandoening van een gewricht. Als eerste krijg je degeneratie van het kraakbeen. De gewrichtsspleet zal hierdoor ook vernauwen, wat tot bewegingsbeperking kan leiden. Vaak laten kraakbeendeeltjes los, waardoor het gewricht kan gaan ontsteken (artritis). Wanneer het kraakbeen dermate is aangedaan, kan het onderliggende bot gaan woekeren (wildgroei). Daardoor krijg je gewrichtsdelen die niet meer goed op elkaar passen (discongruentie). Dit geeft grote kans op instabiliteit en pijnklachten. Doordat de wildgroei van het bot zal toenemen, zal het gewricht ook een andere vorm aannemen, wat tot een ander bewegingspatroon leidt. Dit kan de artrose verergeren doordat je het gewricht meer belast (3).

Vaak gaan mensen door de pijn het aangedane gewricht ontzien, wat tot stijfheid en atrofie leidt. Atrofie is afname van spiermassa. Het is belangrijk om het desbetreffende lichaamsdeel te blijven trainen. Hierdoor blijft de gewrichtsvloeistof (synovia) op de juiste manier door het gewricht verdeeld, wat het kraakbeen beter zal doorvoeden. Atrofie van spieren moet worden voorkomen aangezien deze spieren rondom een gewricht de stabiliteit op zich nemen (3).

 

Kraakbeen

Kraakbeen is een laagje in het gewricht dat ervoor zorgt dat een gewricht soepel kan bewegen. Kraakbeen is van nature zacht en glad en heeft een dempende werking. Dit zijn eigenschappen die botweefsel mist.

Het kraakbeenweefsel is niet geïnnerveerd, dus het is niet gevoelig voor pijnprikkels. Daarnaast is kraakbeenweefsel slecht doorbloed. Daardoor kan het weefsel slecht herstellen. Het kraakbeen moet uiteindelijk wel gevoed worden. Dat gebeurt door middel van het synovia. Het synovia draagt voedingsstoffen over naar het kraakbeen (3).

 

Risicofactoren

Een aantal risicofactoren worden beschreven voor het krijgen van artrose (3):

  • leeftijd
  • geslacht (vrouw)
  • ras
  • genetische predispositie
  • overgewicht
  • mechanische belasting, beroep
  • trauma
  • ontwikkelingsstoornissen
  • congenitale afwijkingen
  • reumatische aandoeningen
  • hormonale factoren
  • veroudering

 

Ontstaan

Artrose kan worden onderscheiden in primaire en secundaire artrose. Bij primaire artrose is de oorzaak (nog) niet bekend. Het onderzoek is hierbij gericht op biochemische- of aanlegstoornissen (3).

Bij secundaire artrose is de oorzaak meestal duidelijk aanwijsbaar. Een voorbeeld hiervan is een persoon die een operatie aan de meniscus heeft gehad (een meniscectomie). Dit geeft een verhoogde belasting op het kniegewricht, wat de kans op artrose vergroot (3).

 

Symptomen

Artrose wordt gekenmerkt door pijn, spierzwakte (atrofie), verminderde Range of Motion (ROM), stijfheid en instabiliteit (3).

 

Behandeling

Er is veel discussie over de behandeling van artrose. Het intra-articulair inspuiten van hyaluronzuur wordt vaak gebruikt om pijn te bestrijden. Dit is effectief gedurende de eerste vier weken, daarna dooft het effect uit (1). In een onderzoek van Loyola-Sanchez (2010) is gekeken naar het effect van ultrageluid op knieartrose. Hier werd een pijnvermindering van 21% op de VAS-schaal gemeten. Verschillende onderzoeken bevestigen echter wel dat lichamelijke beweging als krachttraining of duursporten effectief is. Uit onderzoek van Bennel & Hinman (2010) blijkt aerobics in de vorm van wandelen, fietsen en nordic walken het meest effectief voor pijnvermindering met mensen met knieartrose.

Er is dus nog geen eenduidigheid over de behandeling van artrose. Het KNGF (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie) heeft wel richtlijnen opgesteld voor knie- en heupartrose, maar ook in die regels zitten tegenstrijdigheden. Hier is dus nog veel onderzoek nodig! Hoewel de deskundigen het dus nog niet eens zijn over de vraag wat de beste behandeling is, lijkt het wel vast te staan dat bewegen de sleutel tot succes is. Zo blijkt ook hier weer dat inspanning loont.

 

© F.W. van Hees, B.Poot en L.C.A. van Gaalen, 2012

 

1.     Bannuru, R.R., Natov, N.S., Dasi, U.R., Schmid, C.H., McAlindon, T.E., Therapeutic trajectory following intra-articular hyalunoric acid injection in knee osteoarthitis—meta-analysis, 2010

2.     Bennel, K.L., & Hinman, R.S., A review of the clinical evidence for exercise in osteoarthitis of the hip and knee, 2010

3.     De Morree, J.J., Dynamiek van het menselijk bindweefsel: functie, beschadiging en herstel, vijfde druk, Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2009.

4.     Loyola-Sánchez, A., Richardson, J., MacIntyre, N.J., Efficacy of ultrasound therapy for the management of knee osteoarthitis: a systematic review with meta-analysis, 2010

5.     Meurs, J.B.J., Bierma-Zeinstra, S.M.A., Uitterlinden, A.G., Wat is artrose en wat is het beloop?, RIVM 2009