De Beighton Score

Om te kunnen spreken van gegeneraliseerde hypermobiliteit (GHM), wordt gebruik gemaakt van de Beighton Score. De Beighton score scoort negen bewegingen in vijf gewrichten (Figuur 1). Er wordt gescoord met een 1, indien er sprake is van hypermobiliteit in dat gewricht. De score 0 wordt gegeven indien er geen sprake is van hypermobiliteit van het gewricht. De te testen gewrichten zijn de pink, duim, knie en elleboog aan de linker en rechter zijde. Bij het laatste item wordt gevraagd om naar voren toe te buigen en de handen plat op de grond te plaatsen (o.a. flexie van de wervelkolom). De uiteindelijke score wordt verkregen door de afzonderlijke items bij elkaar op te tellen (minimum score 0; maximum score 9).

Figuur 1. De onderdelen waarop de Beighton Score scoort.

 

De betrouwbaarheid en validiteit van de score is goed (Juul-Kristensen, Rogind, Jensen en Remvig, 2007). Toch bestaan er verschillende interpretaties van de Beighton Score. In de literatuur worden verschillende criteria gehanteerd om te spreken van gegeneraliseerde hypermobiliteit (Remvig L, Engelbert RH, Berglund B, Bulbena A, Byers PH, Grahame R, et al., 2011). Die criteria variëren van vier gewrichten of meer die een één scoren tot zeven gewrichten of meer die een één scoren. De diagnostische criteria gaan uit van vier of meer gewrichten (Scheper M.C., Cappon J, van der Esch M, van Rossum M.A.J., Engelbert R.H.H., 2012). Factoren als geslacht, leeftijd en etniciteit ontbreken bij het vaststellen van de criteria om te spreken van gegeneraliseerde hypermobiliteit.

  Score
Links Rechts

1. Kunt u met gestrekte knieën uw handen plat op de grond leggen? 

1

2. Kunt u uw elleboog overstrekken?

1 1

3. Kunt u uw knie overstrekken?

1 1

4. Kunt u uw duim op uw onderarm leggen?

1 1

5. Kunt u uw pink 90graden omhoog bewegen richting de achterkant van uw hand?

1 1
Totaal 9

 

Juul-Kristensen B, Rogind H, Jensen DV, Remvig L. (2007) Inter-examiner reproducibility of tests and criteria for generalized joint hypermobility and benign joint hypermobility syndrome. Rheumatology. 46(12) :1835-1841.

Remvig L, Engelbert RH, Berglund B, Bulbena A, Byers PH, Grahame R, et al. (2011). Need for a consensus on the methods by which to measure joint mobility and the definition of norms for hypermobility that reflect age, gender and ethnic-dependent variation: is revision of criteria for joint hypermobility syndrome and Ehlers-Danlos syndrome hypermobility type indicated? Rheumatology. 50(6): 1169-1171.

Scheper M.C., Cappon J, van der Esch M, van Rossum M.A.J., Engelbert R.H.H. (2012). Het hypermobiliteitssyndroom. Testen van gewrichtssoepelheid bij het hypermobiliteitssyndroom. Fysiopraxis. Januari. 20-21.

© B. Poot & L.C.A. van Gaalen, 2012